Zoals één van de 50.000 betogers van de klimaatmars terecht stelde: zeker voor Vlaanderen, is het tijd voor een sprintje - © Hendrik Moeremans

Zetten federale klimaatroadmaps ons op koers naar 1,5°C?

Zoals één van de 50.000 betogers van de klimaatmars terecht stelde: zeker voor Vlaanderen, is het tijd voor een sprintje - © Hendrik Moeremans

Met de klimaattop in Glasgow op komst, een zoveelste urgent IPCC-rapport op de stapel, stevig hervatte klimaatprotesten en een zomer vol klimaatrampen in het achterhoofd staat het klimaatdebat méér dan ooit bovenaan de agenda. Met Fit for 55 geeft Europa alvast de marsrichting aan. Wat doet België? 

Net na de klimaatbetoging in Brussel verschenen twee rapporten die ons nog eens met de neus op de feiten drukken. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) en Climate Analytics monsterden respectievelijk de wereldwijde en Europese klimaatinspanningen. Beiden onderstreepten nog maar eens dat, ten eerste, 1,5°C opwarming geen ‘nice to have is’ maar een niet te missen streefdoel, dat de emissiereducties die nodig zijn om deze doelstelling levensvatbaar te houden zowel technisch als economisch haalbaar zijn, én dat er nog ongelofelijke kloof te overbruggen valt tussen droom en daad. Hoewel er de voorbije jaren wel degelijk een opschaling is geweest van de wereldwijde klimaatplannen, schiet zowel het huidige als aangekondigde beleid zwaar tekort. 

De Europese respons: de green deal en het fit for 55-pakket, dat we eerder al analyseerden. Over zowel het ambitieniveau als de concrete uitwerking van deze voorstellen valt stevig te debatteren. Maar de koers is duidelijk: de EU zal haar emissies met minstens 55% doen zakken, een inspanning die verdeeld wordt tussen de ETS (-61%) en de non-ETS (-40%) sectoren.

De klimaatroadmaps zijn belangrijke voorbereidende stappen, die het politiek engagement voor de nieuwe Europese klimaatplannen onderschrijven. Maar het echte werk moet nog gebeuren.

België aan de bak met roadmaps en voortgangsverslagen

De urgentie van 1,5° en de opgekrikte Europese plannen heeft onmiddellijke repercussies voor België en Vlaanderen. Het zal namelijk in belangrijke mate aan de lidstaten zijn om deze streefdoelen te vertalen naar concrete actie. België zal onder de nieuwe (nog goed te keuren) regels haar niet-ETS uitstoot met 47% moeten reduceren in plaats van met 35%. Dit betekent dat het in 2019 ingediende Nationaal Energie en Klimaatplan (NEKP) moet worden aangepast. 

Aan de vooravond van de klimaatmars schaarde het federale niveau zich achter deze bijgestuurde ambities. Het federale luik van het NEKP werd vertaald naar een roadmap, die per domein aangeeft welke klimaatmaatregelen er te verwachten vallen, en welke ministers hiervoor verantwoordelijk zijn.  Een volledige uitvoering van deze plannen moet leiden tot een cumulatieve emissiereductie van 208 miljoen ton CO2 tegen 2030 (waarvan 118 in de non-ETS sectoren). De regering kondigde daarnaast aan dat ze een bijkomende reductie nastreeft van 25 miljoen ton CO2 (cumulatief tot 2030), zowel via eerder aangekondigd als nieuw beleid. Dat komt ongeveer overeen met de helft van de nieuwe Belgische non-ETS doelstelling voor 2030. Zo anticipeert het federale niveau op de verhoogde Europese doelstellingen, die nog verdeeld moeten worden tussen de deelstaten.

Er werden ook enkele nuttige vernieuwingen afgesproken op vlak van goed bestuur. Elke zes maanden zullen de bevoegde ministers een voortgangsverslag indienen, waarin ze aangeven hoe hun domein bijdraagt aan de klimaatinspanningen. Een synthese van deze oefening zal publiek worden gemaakt, en er volgt een jaarlijkse discussie met het parlement. Voorts komt er een nieuw wetenschappelijk instituut dat het Belgische klimaattraject zal monitoren.

Het zijn belangrijke voorbereidende stappen, die het politiek engagement voor de nieuwe Europese klimaatplannen onderschrijven. Maar het echte werk moet nog gebeuren. Het Belgische NEKP was een behoorlijk vage en onsamenhangende opsomming van maatregelen. De nieuwe roadmaps verdelen deze en de nieuw aangekondigde maatregelen onder de verschillende ministers. Toch blijft het wachten op hun concrete uitwerking en implementatie. Net als in de recente begroting blijft het voorlopig bij beloftevolle maar deels symbolische stappen. 

Zoals de studie van Climate Analytics duidelijk maakt, zou ons land bovendien moeten mikken op uitstootreducties van meer dan 60% tegen 2030. Vanuit dat perspectief is vandaag enkel Denemarken ‘1,5-compatibel’.

Vlaanderen moet beginnen sprinten terwijl we vandaag amper joggen.

Wanneer zet Vlaanderen eindelijk de sprint in?

Veel hefbomen situeren zich hoe dan ook bij de deelstaten. En Vlaanderen zit alvast niet op koers. Het laatste voortgangsrapport van het Vlaamse deel van het NEKP (het VEKP) toont aan dat de niet-ETS emissies al acht jaar stagneren, en dat Vlaanderen sinds 2016 haar Europese reductiedoelen niet haalt. Ze moest dan ook compensatiemechanismen inschakelen om dit tekort op te vullen. De verlaagde uitstoot tijdens coronajaar 2020 zal van korte duur zijn. 

Het staat vast dat Vlaanderen zonder structurele ingrepen deze trend niet zal keren. Ondertussen zijn de Europese ambities verder opgekrikt. We moeten dus beginnen sprinten terwijl we vandaag amper joggen. Het is dan ook schrijnend dat de Vlaamse regering zich voorlopig niet achter de nieuwe Belgische doelstellingen heeft geschaard.

Ondertussen vertrok er wel al een adviesvraag naar de Minaraad die verzoekt om bijkomende maatregelen, en werd aan de Vlaamse vakministers verzocht om in november een lijst mogelijke ingrepen te presenteren. De Vlaamse regering verhief klimaat in 2020 ook tot ‘transversale’ beleidslijn, waardoor alle vakministers medeverantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het VEKP. Laat ons hopen dat dit een aanloop is voor een nieuw, ambitieus Vlaams beleid, als deel van een sterke Belgische bijdrage aan de internationale en Europese onderhandelingen. 

Klimaatbeleid

Meer over Klimaatbeleid